Niet alles is te koop! Oh ja? Waarom eigenlijk niet?

Blog geïnspireerd door het boek ‘Niet alles is te koop, Michael J. Sandel’

Het lijkt zo evident, dat niet alles te koop is. De liefde. Vriendschappen. Nieren. Een publieke verkeersrotonde. De aandacht van kinderen. Politiek filosoof Michael J. Sandel (Harvard University) toont met een grote hoeveelheid voorbeelden aan dat de afgelopen decennia steeds meer dingen te koop werden. Dingen waarvan je je kunt afvragen hoe gewenst dat is.

De markt rukt op als antwoord op maatschappelijke uitdagingen. Universiteiten of sportverenigingen die kampen met een begrotingstekort; scholen met slechte prestaties ten opzichte van het landelijke gemiddelde; gemeentes die het aan geld ontbreekt voor de groenvoorziening; patiënten die hun pillen niet nemen en daarmee de zorgkosten omhoog jagen; de markt weet er wel raad mee. Fijn! Mooi opgelost, zou je denken.

Door het boek van Sandel wordt duidelijk  waarom we haarfijn aanvoelen dat dit te mooi om waar te zijn is. Hij illustreert nauwgezet welke systeemdynamiek maakt dat een groeiende invloed van de markt grote ongewenste consequenties heeft. In deze blog ontrafel ik die dynamiek en teken hem uit. 

Marktdenken is verleidelijk

Sandel helpt ons allereerst snappen waarom het zo verleidelijk is – en vanuit de economische theorie zo logisch – om te denken dat het betalen van patiënten voor het innemen van hun pillen, of het betalen van kinderen voor het halen van goede cijfers, de meest effectieve manier zou zijn om een maatschappelijk probleem op te lossen.

Als uit een proef blijkt dat het goedkoper is om mensen te betalen om hun medicijnen in te nemen en naar de sportschool te gaan, dan om in een later stadium kostbare ziekenhuiszorg te betalen, dan is dat vanuit economisch oogpunt een logische redenatie.

Echter, al snel wordt duidelijk dat het vanuit een breder maatschappelijk perspectief vaak helemaal niet zo efficiënt is om mensen op deze manier tot gewenst gedrag aan te zetten. Het financiële motief verdringt namelijk andere, betere (want intrinsieke) motieven. Door mensen te betalen voor het innemen van hun medicijnen worden mensen omgekocht en wordt een innerlijk motief om medicijnen te slikken en daarmee het eigen lichaam serieus te nemen, vervangen door een extern motief.

De markt verdringt de ethiek – onze innerlijke motivatie

Marktdenken gekoppeld aan maatschappelijke problemen kan leiden tot verdringing van de ethiek. Ik herkende hierin het systeemarchetype ‘fixes that backfire’. In een samenleving waarin marktprikkels als antwoord worden gekozen op steeds meer maatschappelijke problemen, gaan twee dingen mis:

  1. De ongelijkheid neemt toe. Mensen met weinig middelen krijgen het steeds moeilijker. Hoe meer er te koop is voor geld, hoe belangrijker geld (of het gebrek daaraan) wordt. Of het nu gaat om het in de rij staan voor een nieuw paspoort, de toegang tot een goede school voor jouw kinderen, de tijd die jouw huisarts voor je heeft bij een bezoek of de wachttijd voor een nieuwe heup. Als voor al deze zaken geldt dat je tegen betaling beter en sneller af bent, dan groeit de maatschappelijke ongelijkheid tussen diegenen die geld hebben en die dat niet hebben.
  2. De houding van mensen en hun morele en sociale verantwoordelijkheidszin raken gecorrumpeerd. Immateriële normen worden verdrongen. Stel: jouw beste vriend kocht zijn tranen-trekkende speech voor jouw bruiloft op de website weddingspeechbuilder.com. Vermoedelijk zal hij zijn aankoop niet snel aan de grote klok hangen. Hij weet dat de waarde van de speech er voor jou en de gasten op jouw bruiloft sterk door vermindert als je zou weten dat de speech ‘gekocht’ is. De immateriële waarde van de speech gaat er door verloren.

Een ander voorbeeld. Kinderen die worden betaald per gelezen boek, zullen meer boeken lezen. Hun intrinsieke motivatie om te lezen neemt echter af. Ze zullen bij ‘onbetaald’ lezen sneller het gevoel hebben dat ze iets tekort komen en ze niet voldoende worden gecompenseerd voor hun gedrag.

Het volgende systeemdiagram schetst deze dynamiek.

niet alles is te koop-2

Onbedoelde consequentie van de introductie van marktprikkels als reactie op maatschappelijke uitdagingen.

Legenda: S=same, oftewel, als een variabele stijgt, stijgt de hieraan gerelateerde variabele ook (en andersom). O=opposite, oftewel, als een variabele daalt, daalt de hieraan gerelateerde variabele ook. B= balans brengend feedback-patroon, R=Reinforcing feedback-patroon.  

Begin links. Hoe groter de maatschappelijke problemen (universiteiten die met geld tekorten zitten, stijgende huurprijzen, verloedering parken en rotondes, toename criminaliteit, toename obesitas, klimaatverandering, noodzaak kernafval op te slaan), hoe meer kans dat financiële prikkels en marktmechanismen worden benut om dit probleem op te lossen en hoe meer de maatschappelijke problemen ook – in eerste instantie – lijken af te nemen. Een feedback loop die de balans terug brengt (B=balancing).

Echter: gelijktijdig speelt een tweede patroon van onbedoelde consequenties. Dit patroon is sterker dan het eerste patroon, want zichzelf versterkend (R=reinforcing). Hoe sterker de inzet van financiële prikkels/ marktmechanismen, hoe meer de immateriële waarde van goederen en diensten afneemt, waardoor het oorspronkelijke probleem juist toeneemt. Idem: hoe sterker de financiële prikkels, hoe groter de maatschappelijke ongelijkheid, hoe groter het maatschappelijk probleem, hoe groter de kans dat financiële prikkels worden ingezet, enzovoort.

De grafiek die bij een ‘fixes that backfire’ dynamiek hoort toont aan dat steeds meer van de oorspronkelijke remedie nodig is en het probleem ondertussen steeds erger wordt.

lapmiddelen

Voor het archetype ‘onbedoelde consequenties’ (fixes that backfire) geldt dat het probleemsymptoom over de tijd steeds groter wordt en dat er steeds meer van de remedie nodig is

Dat financiële prikkels en marktmechanismen de morele betekenis en de waarde van goederen en diensten af doet nemen, noemt Sandel het corruptie-bezwaar. En dat financiële prikkels en marktmechanismen de maatschappelijke ongelijkheid doen toenemen, noemt Sandel het eerlijkheids-bezwaar.

Wat gaat er mis in ons denken? Waarom laten we dit gebeuren?

Sandel constateert dat markten niet – zoals vaak gedacht – neutraal zijn, maar dat markten sporen nalaten: een markttransactie beïnvloedt niet-commerciële waarden gekoppeld aan goederen en diensten die we misschien wel zouden moeten willen behouden. Als kinderen worden betaald om een boek te lezen, worden ze in feite omgekocht en wordt een hogere norm (lezen omdat het fijn is) vervangen voor een lagere norm (lezen omdat het geld oplevert).

Sandel pleit er dan ook voor om onze besluitvorming over waar de markt op zijn plaats is en waar ze op een afstand moet worden gehouden, sterk te verbeteren.

Een andere oorzaak van het corrumperende en oneerlijke effect van markten heeft te maken met de relatie tussen de inzet van marktdenken en het alternatief voor marktdenken, namelijk de intrinsieke norm.

De gedachte van veel economen is dat de mate van altruïsme, vrijgevigheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid vastligt en zelfs uitgeput raakt bij gebruik. Echter, volgens mij weten wij allemaal wel beter.

Liefde en rechtvaardigheid: pas op – bij gebruik raakt deze bron uitgeput!

Fransjan de Waard, pionier permacultuur, wees mij eens op het feit dat de natuur verschillende typen hulpbronnen kent. Er zijn hulpbronnen die opraken. Andere hulpbronnen nemen juist toe door gebruik. “Alle levensvormen worden in hun groei en ontwikkeling gestimuleerd door bescheiden gebruik; het zet overlevingsmechanismen in werking. Een kwijnende fruitboom die goed gesnoeid wordt, begint aan een nieuw leven; en er zijn veel vegetaties die juist welvaren bij begrazing. En als we onze talenten en vaardigheden aanspreken en in beweging houden, laten ze zich voeden en kunnen we ze uitbreiden en verfijnen (Uit: Tuinen van Overvloed).”

Volgens de bekende econoom Dennis H. Robertson stimuleren economen beleid dat zoveel mogelijk uitgaat van eigenbelang en niet van altruïsme of morele overwegingen, om zo te voorkomen dat de samenleving haar schaarse reserves aan deugdzaamheid verspilt.

Sandel stelt – wat mij betreft volledig terecht –  dat dit voorbij gaat aan de mogelijkheid dat ons vermogen tot liefde en goedheid door gebruik niet wordt uitgeput, maar door liefdevol en menslievend handelen juist sterker wordt.

Aristoteles stelde in zijn Ethica Nicomachea al dat we deugdzaamheid kunnen cultiveren door deugdzaam te zijn: ‘we worden rechtvaardig door rechtvaardig te handelen, gematigd door gematigd te handelen, dapper door dapper te handelen’.

Rousseau stelt: ‘wat je niet gebruikt, raak je kwijt’. ‘Wanneer dienstbaarheid aan de publieke zaak niet langer de belangrijkste bezigheid van burgers is, en ze liever dienstbaar zijn via hun geld dan via hun persoon, is de staat zijn ondergang nabij’.

Sandel stelt: ‘een van de tekortkomingen van een marktgerichte samenleving is dat ze de deugden laat verkommeren. Om ons openbare leven te vernieuwen zouden we ons er juist meer in moeten oefenen. Altruïsme, vrijgevigheid, solidariteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn geen gebruiksgoederen die op kunnen raken. Je kunt ze beter vergelijken met spieren die zich door oefening ontwikkelen en sterker worden’.

‘Shifting the burden-dynamiek’

Sandel laat zien dat ‘marktdenken’ en de daaruit volgende groeiende inzet van financiële prikkels fungeert als ‘quick-fix’ voor maatschappelijke problemen met serieuze consequenties, waardoor de fundamentele oplossing steeds verder uit het vizier raakt.

In onderstaand diagram heb ik dit getracht te tekenen. Deze dynamiek moet je in het licht zien van het andere diagram dat ik tekende.

Shifting the burden - archetype - de korte termijn oplossing is aantrekkelijker, maar heeft negatieve bijwerkingen, waardoor de fundamentele oplossing steeds lastiger wordt

‘Shifting the burden- archetype’ – de korte termijn oplossing is aantrekkelijker, maar heeft negatieve bijwerkingen, waardoor de fundamentele oplossing steeds lastiger wordt.

Legenda: S=same, oftewel, als een variabele stijgt, stijgt de hieraan gerelateerde variabele ook (en andersom). O=opposite, oftewel, als een variabele daalt, daalt de hieraan gerelateerde variabele ook. B= balans brengend feedback-patroon, R=Reinforcing feedback-patroon.  

Naast de toename van ongelijkheid en het corrumperend effect van marktdenken, is de consequentie van een toenemende kracht en prestige van marktdenken als antwoord op maatschappelijke problemen, dat meer en meer politici in bepaalde mate ‘te koop’ worden en dat de prestige van de politiek afneemt, waardoor de fundamentele oplossing van Sandel, een hogere kwaliteit politiek debat, steeds minder ruimte krijgt.

Een typisch geval van een ‘shifting-the-burden’-dynamiek.

Sandel: ‘De niet-oordelende houding van markten ten aanzien van waarden is een wezenlijk deel van het marktdenken en verklaart voor een groot deel de aantrekkingskracht ervan. Maar onze onwil om morele en spirituele debatten aan te gaan heeft – in combinatie met ons enthousiasme voor de vrije markt – een hoge tol geëist: het heeft het publieke debat van morele energie en maatschappelijke inzet beroofd en bijgedragen tot de technocratische managementpolitiek die veel samenlevingen tegenwoordig aantast’ (pg 19).

Sandel stelt – mijn inziens terecht – dat een debat over de morele grenzen van de markt ons als samenleving in staat zou stellen om te beslissen waar de vrije markt het algemeen belang dient en waar ze niet thuishoort. Sommige morele oordelen gaan schuil achter spaarzame beperkingen aan de markt: denk aan het feit dat ouders hun kinderen niet mogen verhandelen en burgers hun stemrecht niet mogen verkopen. Er is echter een veel breder debat nodig over de rol en het bereik van de markt in ons maatschappelijk leven, volgens Sandel. En daar ben ik het hartgrondig mee eens.

Wat is de weg voorwaarts?

Sandel’s boek opent de ogen voor nut en noodzaak van twee typen vragen als het gaat om marktdenken in algemene zin, maar specifiek als antwoord op maatschappelijke uitdagingen. De econoom in ons moet zich altijd blijven afvragen: werken financiële prikkels in dit specifieke geval en zo ja, hoe geven we die prikkels dan het beste vorm? De moralist in ons dient zich af te vragen: zijn financiële prikkels niet verwerpelijk? Een financiële prikkel vervangt in veel gevallen namelijk een andere norm. Een innerlijke norm. En daarmee gaat die norm verloren.

Sandel: ‘We moeten inzien dat de vrije markt en de commercie het karakter van de verhandelde waar veranderen, en ons gaan afvragen waar markten thuishoren en waar niet. We kunnen deze vraag niet beantwoorden zonder de betekenis en het doel van goederen en diensten, en de waarden die we erop van toepassing achten, zorgvuldig af te wegen.’

Twee verschillende casussen illustreren wat Sandel hiermee bedoelt.

Casus: boetesysteem crèches

Sandel geeft het voorbeeld van een crèche die ouders boetes oplegden als ze hun kind te laat kwamen afhalen. De crèche ervoer dat na de invoering van het boetesysteem, juist meer ouders hun kind te laat begonnen af te halen. Ze kwamen er achter dat ouders met het betalen van de boete ervoeren ‘het recht’ te kopen om hun kind te laat af te halen. Je kunt je afvragen of dit erg is. Een crèche kan ervoor kiezen haar dienstverlening aan te passen en het gemakkelijker te maken voor ouders om hun kind te laat op te halen in ruil voor een vergoeding.

Andere crèches zullen dit om uiteenlopende redenen niet willen; voor hen is het goed om te weten dat een boete de innerlijke motivatie van ouders om op tijd te komen corrumpeert. Beter is het voor zo’n crèche om een vergadering te beleggen en de innerlijke motivatie van ouders te activeren rondom de norm van op tijd komen.

Casus: kernafval opslag

Sandel vertelt ook hoe uit een onderzoek van economen in Zwitserland bleek, dat als de Zwitserse regering de inwoners van het dorp Wolfenschiessen een jaarlijkse vergoeding zou betalen voor de opslag van kernafval in het dorp, de kans afnam dat de inwoners voor de opslag van kernafval in hun dorp zouden stemmen. Uit burgerzin en vanuit verantwoordelijkheidsgevoel wilde 51% van de inwoners van het dorp kernafval wel accepteren in hun dorp, maar in het hypothetische geval dat er een betaling aan gekoppeld zou worden, nam de support af tot slechts 25% van de inwoners. Oftewel: een externe norm, de financiële prikkel, verdringt de interne norm, de burgerzin.

De les die hieruit te trekken is: ‘als men op plaatsen met een sterke gemeenschapszin zoekt naar draagvlak voor een maatschappelijk wenselijk, maar lokaal ongewenst bouwproject, en met overweegt daarbij gebruik te maken van financiële prikkels, dan zouden die weleens minder gunstige gevolgen kunnen hebben dan de traditionele economische theorie suggereert, en wel omdat zulke prikkels in strijd kunnen zijn met ieders persoonlijke verantwoordelijkheid als burger.’

Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on Twitter

Leave a Reply