A Systems Learning Platform

groen dakVorig jaar besloot ik het dak van mijn Amsterdamse appartement te ‘vergroenen’; ik had gelezen over de waterproblematiek waar steden mee kampen[1], de massale bijensterfte die internationaal speelt[2], de warmte die steden vasthouden (huizen koelen gaat in de toekomst een groter probleem worden dan huizen verwarmen) en het belang van groen in de stad om fijn-stof te verminderen en CO2 uit de lucht te halen. Ik had ook ervaren dat mijn appartement erg warm kan worden in de zomer en hoopte dat een paar stroken sedum in de zomer voor verkoeling zouden kunnen zorgen. Intussen weet ik dat het sedum nauwelijks verkoelend werkt in de zomer of isolerend in de winter dat de katten van de buren het sedum als een soort Efteling-attractie ervaren en dat mijn rechterburen gevoelig zijn voor esthetiek – ze vonden het sedum zo mooi dat ze dit daags nadat ik het neerlegde ook aanschaften*.
Of ik echt bijdraag aan watermanagement, of mijn zonnepanelen meer rendement hebben en of er bijen zijn die profijt hebben van mijn vegetatie; ik weet het (nog) niet. Maar toch weet ik meer dan ik wist voordat ik deze actie ondernam en er vanuit allerlei invalshoeken over las. Mijn denken over groene daken is aangescherpt, door te doen.

Revolutionair?
Al eerder leerde ik op deze wijze over zonnepanelen, waterbesparing en een kruidentuin. Kleine ‘doe-dingen’ met kleine inzichten tot gevolg. Weinig revolutionair. En toch. Het verhaal van Felix van Gemen heeft mij aan het denken gezet over de waarde van ‘doen’ door mensen zoals ik, academici, met goede bedoelingen, die geneigd zijn problemen op te willen lossen door (groot) te denken.

Felix ondernam jarenlang initiatieven op het gebied van duurzame energie en adviseerde anderen, tot er iets begon te wringen. Papier is geduldig, hij niet. Om écht door te dringen tot de kern van wat Felix ‘de transitie’ noemt, besluit hij om er met twee benen midden in te gaan staan. Begin 2013 koopt de nuchtere wereldverbeteraar samen met zijn vrouw een vervallen oude boerderij op het Brabantse platteland, verwisselt zijn pak voor overall en begint met duurzame materialen aan de bouw van een energieneutraal huis. Wat begint met “Dat doe ik wel even, ik ben immers energie-adviseur”, wordt een avontuur waarbij hij van de ene in de andere verwondering valt.

In de vele gesprekken die ik met hem voerde over zijn avonturen op de bouwplaats, ontstond een gedeeld intuïtief besef; het nieuwe denken is doen. Door zelf te doen, ontstonden bij Felix zoveel nieuwe inzichten, kreeg hij zoveel nieuwe gedachten, dat hij nu veel verder is in zijn denken en andere mensen veel beter kan helpen om te doen.

Wacht eens even
Maar als doen het nieuwe denken is, wat is dan het oude denken? Deze vraag overpeinzend kom ik op verschillende antwoorden, met als centraal aspect dat het oude denken niet direct gekoppeld is aan ‘zelf doen’, om daar vervolgens weer van te leren.

Het oude denken kan een vorm van nadenken zijn over het probleem en de oplossing waarna je iets door iemand ‘laat doen’ (zoals ik mijn zonnepanelen liet installeren en de sedum matten bij een webshop bestelde).

Het kan ook de pure analyse zijn van het probleem om – in het voorbeeld van Felix – te concluderen dat de bouwsector aan vernieuwing toe is, dat banken op basis van andere criteria hypotheken moeten verstrekken, dat gemeenten kavels op basis van andere criteria moeten aanbieden in de markt. Oftewel: een analyse waarop een of meerdere abstracte oplossingen volgt. Daarop concludeert de gemiddelde huis-tuin en keuken analist dat het probleem te groot is om er iets aan te doen. De adviseur besluit dat dit een kans is voor een opdracht. Hij gaat er met anderen over praten en raakt al dan niet gefrustreerd als die ander niet snel genoeg beweegt of meedenkt. Als het lukt om (een deel van) de abstracte oplossing te realiseren is het succes daar.

Eindeloze feedback
Guus Geisen (‘de Kunst van het Denken’) typeert het oude denken ook als een neiging oorzaak en gevolg op een lineaire wijze aan elkaar te koppelen. Dit wordt ook wel mechanistisch denken genoemd: denken alsof de wereld en haar problemen een begrijpelijke machine zijn, waar ingrediënten ingaan, bewerkingen plaatsvinden en oplossingen uitkomen.

Het nieuwe denken is niet zo lineair. Felix had ideeën over energieneutraal bouwen en waarom dat wel of niet gemakkelijk was. Hij besloot op basis van die ideeën dat hij zelf een energieneutraal huis zou moeten kunnen bouwen. Eenmaal aan de slag moest hij zijn ideeën op heel veel vlakken bijstellen en ontwikkelde hij nieuwe hypotheses over hoe een bouwproces het beste ingericht kan worden, de verantwoordelijkheid van de bewoner in het bouwproces en de manier waarop bouwpartijen het beste geprikkeld kunnen worden om te innoveren.

Neem als voorbeeld Felix en zijn interactie met aannemers: ‘het vertrouwen dat Felix heeft in zichzelf neemt af naarmate hij vaker nul op rekest krijgt van aannemers en installateurs die zijn vragen ingewikkeld vinden, waardoor Felix meer mensen gaat vragen wat te doen, waardoor hij er achter komt dat zeven vragen, zeven antwoorden opleveren, waardoor hij weer meer vertrouwen krijgt in zijn eigen denkvermogen, waardoor hij ‘eigen en voor hem logische’ keuzes durft te maken, waardoor aannemers ervaring ontwikkeling met andere opties, waardoor ze mee gaan denken, waardoor Felix nog complexere uitdagingen aan durft te gaan, etc.’. Denken leidt in dit geval tot doen, leidt tot denken, leidt tot anders doen, leidt tot denken, etc. De wisselwerking is schier eindeloos, net als in elk meer open systeem dat zich kenmerkt door continue, complexe feedbackloops.

Taylor: bedankt!
Het voelt een beetje als de heilige graal, dat nieuwe denken door te doen. Maar echt nieuw is het natuurlijk niet. Mensen hebben altijd geleerd door (na) te doen. Het denken over wat we doen is echter niet vanzelfsprekend. Dat zijn we verleerd, of is ons afgeleerd. Omdat het management goeroes de gehele 20ste eeuw zoveel efficiënter leek het denken aan de denkers over te laten en het doen aan degenen die van doen houden. Uiteraard fijn om daar – heel mechanistisch en lineair gedacht – iemand de schuld van te kunnen geven en gelukkig is er snel iemand bedacht: de grondlegger van ‘scientific management’ Frederique Taylor, die eind 19e eeuw het principe ‘division of labour’ groot maakte. Onder invloed van Taylor’s ideeën werden meer managers aangetrokken voor minder werknemers en werd werknemers zo min mogelijk denk-tijd gegund; het ging immers om het doen van dat wat managers op zo wetenschappelijk mogelijke wijze hadden bedacht dat logisch was. Henry Ford bouwde hier op voort met zijn beroemde lopende banden en ook Toyota werd door Taylor geïnspireerd, waar het zogenaamde ‘lean’ of ‘verspilling-loos’ produceren door ontstond.

Een rockband als inspiratie
Felix is niet de enige die zich tegen deze ontkoppeling van denken en doen verzet. Ik besef ineens dat wereldwijde experimenten met democratische of sociocratische managementmodellen, waarbij de werknemer het roer weer in handen krijgt, in feite een poging zijn denken en doen weer te verenigen. De beroemde Braziliaanse organisatie Semco wordt alom gezien als het grote, maar lastig navolgbare voorbeeld in deze. Bij Semco beslissen werknemers zo goed als alles: in teams wordt bepaald welke producten of diensten worden ontwikkeld en op welke manier, wie geschikt is als manager en waarin wordt geïnvesteerd met de winst. Daarnaast beslist iedere werknemer zelf wat hij een logisch salaris vindt, waar en wanneer hij wil werken en hoe hij zich verder wil ontwikkelen. Ricardo Semler, de grondlegger van deze manier van werken bij Semco, geloofde dat een bedrijf kan werken als de ‘rockband’ waar hij zelf deel van uitmaakte als tiener. Alle muzikanten waar hij mee speelde hadden zoveel plezier en verantwoordelijkheidsbesef dat ze er met elkaar altijd wel uitkwamen.  Dat moest in een bedrijf toch ook kunnen?

De school van het leven
Semco is al jaren mijn grote voorbeeld; zo zou een organisatie moeten kunnen werken, Tot op heden besefte ik mij niet dat een deel van het succes van Semco ook voort moet komen uit de integratie van denken en doen. En zo zijn er wel meer bewegingen die ik al langer volg, maar waarbij ik de link met ‘het nieuwe denken’ tot op heden niet legde. Neem de ‘unschooling’ trend. Recent stond er een artikel over in de NRC-Next: ‘school hebben wij niet nodig’. De 21-jarige Dale Stephens – auteur van ‘ hacking your education’ – fungeert als gezicht van een anti-schoolsysteem ‘slash’ doe-het-zelf beweging, die volgens de auteurs niet nieuw is, maar wel nieuwe vormen krijgt dankzij de mogelijkheden van online sociale netwerken. ‘De autodidact van vroeger ging in zijn eentje iets maken, de autodidact 2.0 haalt overal kennis vandaan’. De mensen die worden aangehaald in het artikel nemen ‘de school van het leven’ als uitganspunt; ze doen en denken, denken en doen en komen zo steeds een stapje verder in de school van het leven.

Hoe meer ik besef dat doen het nieuwe denken is, hoe meer ik mij geroepen voel te bedenken wat ik ga doen, om mijn denken een stap verder te brengen. Geen sinecure voor iemand met twee linkerhanden die maar in zeer lichte mate groen gekleurd zijn. Als ik zie wat Felix doet en wat zijn achtergrond is – techneut, energie-adviseur – dan snap ik dat hij zelf een huis gaat bouwen. Voor een taalgevoelige, organisatie-wetenschapper die goed is in verhalen vertellen en verzamelen, impactvolle bijeenkomsten organiseren en mensen mee krijgen in verandering – lijkt een echt ‘doe-project’ een stuk lastiger te verzinnen.

Doortrappen
De komende maanden ga ik daarom eerst maar eens ‘een stukje’ fietsen – richting Kazachstan, via een aantal landen die hun energievoorziening nog verre van optimaal georganiseerd hebben -, om onderweg te bedenken wat ik kan doen om ‘de transitie’, waar Felix het over heeft een stap verder te brengen. Fietsen is immers ook een vorm van doen die vast tot nieuw denken leidt!


[1]Heftigere regenval (door klimaatverandering) leidt tot grote druk op stedelijke riolering omdat regenwater afvloeit naar riolen. Die riolen stromen over bij een stevige bui, wat niet hygiënisch is en overlast geeft. Gevolg is dat riolen eigenlijk groter gedimensioneerd moeten worden, maar dat is extreem kostbaar. Overal in Nederland zijn gemeenten zich bewust van deze problematiek. In enkele steden worden experimenten gedaan; burgers krijgen subsidie om hun dakgoten af te koppelen van de riolering en regenwater zelf op te vangen in bassins in de tuin of een regenton. Ook groene daken worden aangemoedigd, zie ook: http://www.groendak.info/tag/subsidie

[2] Sedumdaken zijn aantrekkelijk voor insecten

*blogpost ‘Een groener dak begint bij jezelf

Share this with your friends

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *