Tja, hoe een boek samen te vatten dat op een plezierige en begrijpelijke manier een nieuw wereldbeeld schetst. De kracht van Otto Scharmer en collega’s van MIT, is dat zij verder gaan waar systeemtheorie ophoudt. In de trainingen systeemdenken die ik geef, vertel ik altijd dat het gedrag dat voortkomt uit systemen (dat wat boven de waterlinie zichtbaar is) onder water (denk aan een ijsberg) wordt gevormd door onderliggende fysieke structuren, en daar onder liggende zachte structuren (overtuigingen, ons wereldbeeld). Die overtuigingen en dit wereldbeeld zijn de bron van het ontstaan van de fysieke structuren om ons heen. Hier zit dan ook de grootste hefboom voor verandering. Verander jouw overtuigingen of je wereldbeeld, en je verandert ook de fysieke werkelijkheid om ons heen.

Ook Scharmer en Kaufer benutten de metafoor van de ijsberg om ons uit te leggen hoe we van de huidige staat van de wereld, kunnen bewegen naar een staat van de wereld die meer in balans is en in lijn is met natuurlijke wetten. Ze noemen dat: ‘leiden vanuit de toekomst’. In tegenstelling tot ‘leiden vanuit het verleden’.

Logisch, voor mij, met mijn theoretische achtergrond in systeemverandering. Systemen verander je alleen maar als je zowel een heel goed (lees: multidimensionaal) beeld hebt van het heden, de status quo, als een ‘gekristalliseerd’ beeld van waar je naar toe wilt.

Dit is niet simpel; de status quo echt goed zien, zonder oordeel, zonder vooropgezette ideeën over wat je wel en niet wil zien; ga er maar aan staan! Hetzelfde geldt voor het laten ontstaan van ideeën over de toekomstige werkelijkheid. We worden daarbij al snel teruggetrokken naar een werkelijkheid die wel logisch klinkt, op basis van wat we nu al weten en waar ons onzekere ‘zelf’ zich comfortabel bij voelt.

Scharmer en Kaufer beargumenteren, vind ik met veel succes, dat onze normale staat van bewustzijn, ons ‘ego (op onszelf gericht) bewustzijn’ onszelf in de weg zit, zowel bij het doorleven van de status quo, als het ervaren van een zich ontwikkelende toekomst. Wat nodig is, is een shift naar een ‘ecobewustzijn’. Op dat moment is mogelijk om de verandering te leiden in het hier en nu, om open te staan voor wat zich aandient vanuit de toekomst. Die shift naar ecobewustzijn om van daaruit verandering te laten ontstaan, is wat Theorie U beschrijft.

Theorie U: een kind kan het begrijpen

Theorie U: het klinkt ingewikkeld en het gelijknamige boek van Scharmer is (eerlijk gezegd) om niet doorheen te komen. Toch denk ik dat ik inmiddels Theorie U zou kunnen uitleggen aan mijn (fictieve) buurjongen.

In gesprek met mijn buurjongen: “Stel je voor dat je steeds maar weer hetzelfde probleem ervaart. Je krijgt bijvoorbeeld je huiswerk nooit op tijd af. Je probeert elke keer dezelfde oplossing: eerder beginnen. Maar dan raak je toch weer afgeleid. Ondertussen raak je steeds gefrustreerder dat je huiswerk nooit af is en vind je huiswerk helemaal niet leuk meer. Dit gaat van kwaad tot erger, je leraren beginnen een hekel aan je te krijgen en jij aan jezelf. Je ouders weten niet meer wat ze met je aan moeten en overwegen strenge maatregelen. Tot op de dag dat je met een vriendje buiten gaat spelen, jij je frustraties deelt en hij jou vertelt dat hij huiswerk al een tijd geen huiswerk meer noemt, maar ‘groeiwerk’. Hij is dit zo gaan noemen nadat hij van zijn biologieleraar had geleerd dat zijn brein steeds krachtiger wordt naarmate hij meer moeilijke oefeningen doet. Zijn brein groeit daarvan. Ook leerde hij dat het niet uitmaakt dat hij het af en toe niet weet. Van niet-weten groeit zijn brein ook, aldus zijn biologieleraar.”

Dan leg ik aan mijn buurjongen uit: door te luisteren naar het verhaal van jouw vriendje opende jij jouw geest voor nieuwe ideeën. Je downloadde niet langer bestaande denkpatronen, je luisterde op zo’n manier naar jouw vriendje dat je een nieuwe mogelijkheid gewaar werd. Terwijl je luistert naar jouw vriendje voel je misschien wel hoe blij jouw vriendje wordt van huiswerk maken. Ook voel je enthousiasme en nieuwsgierigheid bij jezelf ontstaan. Je merkt dat je niet langer overtuigd bent dat huiswerk nooit leuk kan zijn. Je hebt jouw cynisme losgelaten. Als huiswerk ‘groeiwerk’ is, dan kan dat best leuk zijn. Je hart opent zich voor de mogelijkheid dat ook jij kan groeien door te oefenen.

En het wordt nog beter. De volgende keer dat je aan je sommen zit, visualiseer je dat jouw brein steeds verder groeit, terwijl je bezig bent. En als je jouw sommen af hebt, droom je weg, over de mogelijkheden die ontstaan als jouw hersenen echt groeien door te oefenen. Misschien kan jij wel ontdekken hoe Alzheimer ontstaat, waar jouw oma zo door achteruit gaat. Je verbindt je als het ware aan de zich ontwikkelende toekomst en ziet voor je hoe die toekomst vorm kan krijgen. Je besluit een week lang ‘groeiwerk’ te maken en regelmatig stil te staan bij hoe jouw hersenen zich ondertussen ontwikkelen. Na een week kom je tot de conclusie dat het werkt; je huiswerk is op tijd af en je voelt je fijn; je weet meer en vond huiswerk maken ook nog leuk! Dit prototype smaakt naar meer.

Systeemverandering vereist loslaten

Theorie U is een theoretisch kader voor systeemverandering, een methode maar ook een proces van elke diepgaande verandering, creativiteit en innovatie. In de kern gaat het hierover: de kwaliteit van resultaten in elk systeem is afhankelijk van de kwaliteit van bewustzijn van waaruit de mensen in het systeem opereren. Voormalig Hanover Insurance CEO Bill O’Brien beschrijft het als volgt: “The success of an intervention depends on the interior condition of the intervener.”

Voor mij is Theorie U een beschrijving van hoe systemen op natuurlijke wijze innoveren. Voor elk complex levend systeem is een fase van niet-weten, of chaos, belangrijk om te kunnen veranderen. Een fase van loslaten van het bestaande. Dit is wat in het Theorie U kader wordt beschreven in de neerwaartse cyclus, het linker deel van de ‘U-bocht’.

Voor mensen, of organisaties gaat het om het loslaten van vastomlijnde overtuigingen. Ons denken wordt (zo) vrij (mogelijk) van oordeel, waardoor nieuwe denkpatronen kunnen ontstaan.

Vervolgens gaat het om het toestaan van de mogelijkheid dat andere oplossingen ook echt zouden kunnen werken. Gewoonlijk stokt vernieuwing omdat wij openlijk, of onbewust cynisch zijn over een nieuwe richting of oplossing. Om cynisme los te laten is het nodig om je hart open te stellen voor andere perspectieven (empathie) en voor wat kan zijn. Dit gebeurt in de ‘sensing’ fase.

Maar dan zijn we er nog niet. Nieuwe oplossingen kunnen pas ontstaan als we de angst loslaten dat die oplossingen niet zouden werken en dat wij niet in staat zouden zijn om deze oplossing te realiseren. Wat overblijft als we onze angst loslaten, is een diepe wil om ons te verbinden met wat zou kunnen zijn; de zich ontwikkelende toekomst.

Dit diepste punt van de U-bocht noemen Scharmer en collega’s de fase van ‘presencing’, een samenvoeging van ‘presence’ en ‘sensing’. Het vraagt om een zeer gefocuste vorm van aanwezig zijn in het hier en nu (presence) en een gelijktijdig ‘sensing’ van wat aan het ontstaan is.

De cyclus omhoog in de U-bocht beschrijft de manifestatie van het nieuwe denken. Eerst in ruwe vorm, door Scharmer genoemd de fase van ‘crystallizing’ en dan steeds concreter, tot een werkelijk prototype, dat uiteraard in de realiteit getest moet worden, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

In het ‘groeiwerk’ voorbeeld doorloopt het kind de diverse fases van het U-proces in weinig tijd en zo goed als alleen. Het vriendje en de biologieleraren spelen wel een rol, maar hebben dit misschien niet eens door.

theory-U

Systeemverandering krijgt vorm in co-creatieve gemeenschappen

In het boek Leiden vanuit de toekomst beschrijven Scharmer en Kaufer allerlei voorbeelden van systeemverandering die mogelijk wordt doordat co-creatieve gemeenschappen het U-proces met elkaar doorlopen. Gemeenschappen waarin de condities zijn gecreëerd waarbinnen overheden, bedrijven, NGO’s en wetenschappers zich veilig voelen om het probleem waar ze allen door geraakt worden in zijn volledigheid te aanschouwen, zich hier persoonlijk toe te verhouden en samen tot unieke, belangen-overstijgende initiatieven te komen waardoor het gehele systeem de juiste kant op verandert.

Het boek is verder vooral interessant omdat Scharmer en Kaufer een theoretisch kader neerzetten, van waaruit begrip kan ontstaan over de meervoudige crises op dit moment. Ook geeft het boek richting aangaande de aard van oplossingen op diverse niveaus. Waar komen we vandaan en waar gaan we naar toe, als het gaat om de bouwblokken van onze samenleving:

  • onze omgang met de natuur
  • de wijze waarop we arbeid vormgeven
  • de rol die kapitaal speelt
  • en de rol die technologie speelt
  • de vorm van leiderschap die geschikt is
  • de wijze waarop we consumeren
  • de wijze waarop we onze acties coördineren
  • en de inrichting van eigendomsrechten

Kort gezegd, komt het erop neer dat Scharmer en Kaufer stellen dat de huidige tijd wordt gekenmerkt door een ecologische, sociale en spirituele crisis, die uiteraard niet los van elkaar te zien zijn.

ijsberg scharmer

De ecologische crisis is op het diepste niveau ontstaan door het verlies van verbinding in de relatie tussen mens en natuur, waardoor we kampen met grote zoetwater tekorten, verlies aan biodiversiteit, klimaatverandering en verlies aan vruchtbare landbouwgrond.

De socio-economische kloof is op het diepste niveau ontstaan door het verlies van verbinding tussen onszelf en de ander, waaruit volgt een kloof tussen ‘haves’ en ‘have-nots’. ‘Mondiaal bezien bezitten de mensen die tot de rijkste 1 procent van de wereldbevolking behoren 40 procent van de rijkdommen van de wereld.’ En de ongelijkheid groeit alleen maar. Hier zien we het systeem-archetype ‘succes aan de succesvolle’ in de praktijk.

De spiritueel-culturele kloof gaat over de afsplitsing tussen het zelf en het Zelf, tussen wie we van binnen ten diepste zijn, en hoe we ons gedragen. Scharmer citeert een deelnemer van een van zijn bijeenkomsten: ‘ik merk een beginnende kloof tussen wat ik volgens mijn organisatie moet doen, en wat ik eigenlijk met mijn werk en mijn leven wil doen’.

Zichtbare kenmerken van de drie crises zijn een aantal zeepbellen – oftewel, gedragingen, waarvan we nu al kunnen zien dat deze geen lang leven beschoren zijn. De ‘zeepbel’ zal barsten. Het gaat om:

  • Een ‘oneindige groei zeepbel’. Oftewel: we handelen alsof sommige hulpbronnen niet eindig zijn en we harder kunnen groeien dan het tempo waarin hernieuwbare hulpbronnen zich weer herstellen. We moeten weer toe naar besef van de eindigheid van hulpbronnen en de dynamische balans herstellen wanneer we hernieuwbare bronnen gebruiken.
  • Een ‘inkomens zeepbel’. Oftewel: de inkomensongelijkheid. De loskoppeling van de ‘haves en have-nots’, van rijkdom en werkelijke behoeften.
  • Een ‘financiële markten zeepbel’. Oftewel: de speculatie zeepbel die bestaat, gevoed door de loskoppeling van de financiële markten-economie en de reële economie.
  • Een ‘technologische zeepbel’. Oftewel: het syndroom van snelle technologische reparatie. Wat kapot is of misgaat lossen we technologisch op. Dit wordt gevoed door de loskoppeling van technologische oplossingen en maatschappelijke behoeften.
  • Een ‘leiderschaps-zeepbel’. Oftewel: onze leiders en wij zelf creëren collectief resultaten die niemand wil. Dit wordt gevoed door de loskoppeling van oude leiderschaps-instrumenten en nieuwe uitdagingen. Leiders/beleidsmakers hebben in steeds geringere mate voeling met de mensen op wie hun besluiten van invloed zijn. Ze bevinden zich in institutionele silo’s en baseren daar hun handelen op.
  • Een ‘consumptie-zeepbel’. Oftewel: we over-consumeren, we kopen dingen die niet aan ons welzijn bijdragen en kampen ondertussen met burn-out en depressie. Dit wordt gevoed door de loskoppeling van het BBP en het welzijn van de samenleving.
  • Een ‘overheids-zeepbel’. Oftewel: overheden kampen met onvermogen om grootschalige, systemische uitdagingen aan te gaan. ‘Markten zijn goed als het om particuliere goederen gaat, maar ze zijn niet in staat de tragedie van gewone mensen, die afhankelijk zijn van gemeenschappelijke goederen, op te lossen’. Er zijn pre-market gebieden van samenwerking nodig die grootschalige innovatie van het hele systeem mogelijk maken.
  • Een ‘eigendoms-zeepbel’. Oftewel: er is sprake van over-gebruik van schaarse hulpbronnen; gewone burgers zijn hier de dupe van. Denk aan privatisering van water. Dit wordt gevoed door de loskoppeling van de huidige eigendomsvormen en het hoogste maatschappelijke nut.

Wat staat ons te doen, in respons op al deze crises?

Scharmer en Kaufer wijzen op drie dimensies voor verbetering: 1) we moeten weer een betere relatie met anderen krijgen 2) we moeten een betere relatie met het systeem als geheel krijgen en 3) een betere relatie met onszelf. Ze vatten dit samen als de noodzaak van een shift in ons bewustzijn: van een ego-systeem bewustzijn, naar een ecosysteem bewustzijn.ego-eco

Om de beweging naar ecosysteem bewustzijn te maken zullen we moeten uitstijgen boven drie obstakels: ons oordeel, ons cynisme en onze angst.

Scharmer en Kaufer: “We hebben een keuze in hoe we reageren op de systemen om ons heen, die steeds grotere scheuren vertonen en deels op instorten staan.

We kunnen ons er voor afsluiten. We kunnen weigeren datgene los te laten wat in het verleden werkte, maar nu niet langer functioneerde. We kunnen ons aan het verleden vastklampen.” Scharmer noemt dit meegaan met de kracht van ‘absencing’.

Of: “we kunnen halt houden en meebuigen in de richting van het onbekende, van dat wat manifest wil worden. We kunnen ons verbinden met ons hoogste toekomstige potentieel. We stappen in een proces van ‘verlangzamen, ons openstellen, opnieuw richten en loslaten, we laten iets nieuws komen, uitkristalliseren en belichamen het nieuwe’.” Scharmer en Kaufer noemen dit meegaan met de kracht van ‘presencing’.

De volgende stap: samenleving 4.0

Als we meegaan met de kracht van ‘presencing’ gaat het ons lukken de samenleving te laten evolueren van een 3.0 model naar een 4.0 model. Scharmer en Kaufer beschrijven in het boek de geschiedenis van maatschappelijke en economische ontwikkeling en anticiperen op wat aan het ontstaan is.

0.0: communautair – premodern bewustzijn

1.0: staat-gericht; mercantilisme; staat-kapitalisme; traditioneel bewustzijn

2.0: vrije markt: laissez-faire; egocentrisch bewustzijn

3.0: sociale markt; gereguleerd; belanghebbenden bewustzijn

4.0: co-creatief: verspreid; direct; dialogisch; ecocentrisch bewustzijn

In elke fase zijn de eerder genoemde bouwblokken anders ingericht. De overgang van 3.0 naar 4.0 ziet er als volgt uit:

Bouwblokken 3.0 4.0
onze omgang met de natuur Gereguleerd basisproduct Ecosysteem en gemeenschappelijk bezit
de wijze waarop we arbeid vormgeven Arbeid (gereguleerd basisproduct) Maatschappelijk en bedrijfs-ondernemerschap
de rol die kapitaal speelt Financieel kapitaal (blind voor externaliteiten) Cultureel creatief kapitaal (bewust van externaliteiten)
en de rol die technologie speelt Systeem-gerichte automatisering: tweede industriële revolutie (olie, verbrandingsmotor, chemicaliën) Mensgerichte technologieën: derde industriële revolutie (regenereerbare energie- en informatietechnologieën)
de vorm van leiderschap die geschikt is Participerend (normen) Co-creatief (collectieve presence)
de wijze waarop we consumeren Selectief bewuste consumptie CCC: collaborative conscious consumption
de wijze waarop we onze acties coördineren Netwerken en onderhandelingen ABC: awareness based collective action
en de inrichting van eigendomsrechten Gemengd (publiek-particulier) Gedeelde toegang tot diensten en gemeenschappelijke hulpmiddelen

In de rest van het boek worden al deze 4.0 dimensies keurig uitgewerkt, zodat je er al lezende op z’n minst gevoel voor krijgt, waarbij mij zelf het meest inspireerde:

Over onze omgang met de natuur: we kunnen de relatie met de natuur herstellen door de natuur te herstellen, ruimte te geven en hier meer tijd in door te brengen, en door biomimicry te benutten, door producten zo te ontwerpen dat het bronnenrendement zo’n vijf keer groter wordt, in een circulair (closed-loop) business model. Door af te stappen van ‘take-make-waste’ en een paradigma te adopteren dat zich richt op closed-loopcycli van materialen en energie.

Dit is geen spannend idee meer. Dit voelt al zo logisch. Daarmee weet je eigenlijk al dat het niet anders kan dan dat het die kant op gaat.

Over technologie 4.0: dit gaat uit van een visie op technologie die voorbij gaat aan de technology-fix mythe en de technologie als bevrijding-mythe.

In het eerste geval: de gedachte dat – ongeacht het probleem waar het over gaat – een nieuwe technologie altijd het probleem zal oplossen.

‘Klimaatverandering? Geen probleem! We gooien er gewoon wat geo-engineering tegenaan, als een mondiaal schild rondom de planeet dat de zonnestralen zal afbuigen van de aarde’ (pg 117).

Als we niet kijken naar de onderliggende oorzaken van problemen kunnen we technologie nooit op de goede wijze inzetten en blijft het een lapmiddel.

In het tweede geval: de gedachte dat allerlei nieuwe technologieën op het gebied van communicatie, productie en het huishouden, ons zeeën van vrije tijd zouden verschaffen. De huidige realiteit is volstrekt anders: we werken meer uren en het kost ons meer moeite baas over onze tijd te zijn. We kunnen op elk moment geïnterrumpeerd worden door een of ander communicatiemiddel. Onze aandacht en ons vermogen aandacht te besteden zou je kunnen zien als een heilige ruimte, die onze bron van kracht en welzijn is. Die heilige ruimte wordt voortdurend aangevallen. Multitasken blijkt een mythe. We hebben een geavanceerder innerlijk bewustzijn nodig om technologie goed in te kunnen zetten. Om te zorgen dat technologie een bevrijdende kracht is en niet een tot afhankelijkheid leidende kracht (pg 117).

En ook gerelateerd aan technologie dit voor mijn gevoel zeer relevante betoog van Scharmer en Kaufer (pg 118):

“De aard van de macht van technologie is verscholen in het woord ‘techne’, oftewel ‘kunst’, in de zin van kunstvaardigheid. Kunst is de realisatie van een creatief proces. De oorsprong van technologie brengt ons dus terug naar de bron van creativiteit.

Scharmer en Kaufer stellen: ‘Met dit inzicht als startpunt kunnen we differentiëren tussen twee soorten technologie: technologieën die (vanuit het gezichtspunt van de kijker) creativiteit-erkennend zijn en technologieën die creativiteit-ontkennend zijn’.

Een fundamenteel criterium voor de toekomstige politieke en publieke investering ten bate van technologie zou kunnen zijn: bevordert of onderdrukt een specifieke technologie onze creativiteit? Maken we de gebruikers van technologie tot passieve ‘vaten’ van wat anderen produceren, of moedigen we hen juist aan om hun eigen inhoud te co-creëren en die te delen.’

Waarom dit belangrijk is? Denk daar maar eens over na, zeggen Scharmer en Kaufer. ‘Het belicht de mate waarin technologie ons eigen reservoir van collectieve menselijke en levenscreativiteit erkent of ontkent. En die creativiteit is uiteindelijk de ultieme bron van alle vormen van economisch kapitaal.’

Als het gaat om leiderschap 4.0 stellen Scharmer en Kaufer dat er drie mythes over leiderschap ontzenuwt moeten worden:

  • De leider is de persoon aan de top. Deze oude opvatting werkt niet meer. Om op systemische uitdagingen te reageren moeten veel, heel veel mensen in de organisatie – soms iedereen – bij de aanpak betrokken worden.
  • Leiderschap betreft individuen. Onjuist. Leiderschap is eerder een gespreide of collectieve capaciteit in een bepaald systeem, niet gewoon iets wat individuen doen. Leiderschap betreft het vermogen van het hele systeem om de zich aandienende toekomst aan te voelen en te verwezenlijken.
  • Leiderschap betreft het creëren en communiceren van een visie. Het probleem hiermee is dat dit gaat over het uitzenden van een boodschap in plaats van iets veel belangrijkers: luisteren. Luisteren is de belangrijkste weg om de zich aandienende toekomst gestalte te geven. Groot leiderschap begint met luisteren: met een wijd open geest, hart en wil. Oftewel, luisteren naar de latente noden, behoeften en aspiraties van alle mensen.

Volgens Scharmer en Kaufer zijn co-sensing mechanismen nodig om collectief te leren luisteren (pg 124). “Mechanismen die leiders en gebruikers helpen dwars door institutionele grenzen heen te luisteren en te kijken om samen te proberen zicht op de huidige situatie te krijgen en die te begrijpen.”

Er zijn hiertoe nieuwe infrastructuren nodig die vijf essentiële processtappen faciliteren:

  • Co-initiating: belanghebbenden in gefragmenteerde systemen helpen ‘common ground’ te ontdekken en zich daarmee te verbinden.
  • Co-sensing: mensen helpen zich in elkaar te verplaatsen, het systeem vanaf de buitenranden te bekijken en het vermogen tot collectief sensing te ontwikkelen.
  • Co-inspiring met behulp van diepgaande reflectieve oefeningen en bewust gekozen momenten om tot innerlijke stilte te komen die een verbinding met de diepere bronnen van kennis en weten mogelijk maakt.
  • Co-creating, ofwel de toekomst al doende via prototypen verkennen.
  • Co-evolving, het nieuwe op grotere schaal toepassen en ondersteunen,

De herintegratie van geest en materie (hfd 4)

Alle verandering die nodig is, is samen te vatten tot wat Meester Nan – een Chineze zenmeester – noemt: ‘de herintegratie van geest en materie’. Wat dit betekent? Meester Nan legt het uit.

Uit het boek (pg 155-156): ‘Het hele universum is één groot Zelf. Religieuze mensen noemen het God. Filosofen noemen het de fundamentele natuur. Wetenschappers noemen het Energie. Buddhisten noemen het Atma. Chinezen noemen het Tao. Moslims noemen het Allah. Elke cultuur heeft er op een of andere wijze weet van dat er iets ultiems is, iets wat ons menselijk verstand en ons menselijke zien overstijgt. Sommigen verpersoonlijken dat Zelf en noemen het God. Filosofen gebruiken logica om het Zelf te analyseren. Wetenschappers trachten dat grote Zelf te ontdekken en te vinden in wetenschappelijk onderzoek en dergelijke. Als je naar de menselijke cultuur kijkt, dan zie je dat die begint met religie, vervolgens beginnen mensen te twijfelen aan die religies en dan beginnen ze die te onderzoeken. Dan kom je uit bij de filosofie, maar ook dan blijft twijfel bestaan. Alles is gebaseerd op rede en logica. Het is te abstract, niet ‘echt’. Dus gaan ze ermee experimenteren en dat is hoe wetenschap ontstaat. Dat is de beschavingsontwikkeling van het Westen. Van religies via filosofie naar natuurwetenschap. Religie, wetenschap, filosofie – ze zoeken allemaal naar dit grote Zelf, de oorsprong van het leven. Dat grote Zelf was oorspronkelijk gewoon één lichaam – alles tezamen in een.”

Meester Nan differentieerde vervolgens tussen het kleine zelf en het grote Zelf.

“Dus voor het cultiveren van je persoonlijkheid, is het eerste wat je moet proberen los te komen van die zienswijze van het (kleine) zelf. Als je eenmaal dat kleine zelf hebt weten los te laten, bereik je de staat van het grote Zelf. Compassie, liefhebben en al het andere dat zijn wortels heeft in het grote Zelf zullen dan vanzelfsprekender voor je worden. Door dat grote Zelf ben je niet langer zelfzuchtig.”

Otto Scharmer vertelt dat hij diep geraakt was door het gesprek met Meester Nan in de herfst van 1999. Door dit gesprek gaat hij op zoek naar meer inzichten om individuen, teams en organisaties te ondersteunen bij het toegang krijgen tot het Zelf. Hij ontdekt dat hiertoe een proces nodig is waarbij drie drempels worden overschreden. Het gaat om achtereenvolgens:

  1. Opschorten van oordeel
  2. Opnieuw richten van de aandacht
  3. Loslaten van alles dat niet van essentieel belang is.

En dan is de cirkel rond: Theorie U is gekristalliseerd. De decennia hierop volgend ontwikkelt Scharmer een U-school infrastructuur waarin faciliterende innovatielabs voor samenleving 4.0, het opbouwen van collectieve leiderschapskwaliteiten en kenniscreatie via awareness-based action research samen komen (zie pg 261). De online cursus ‘U.Lab: Transforming Business, Society and Self’ die op vorig jaar online leerplatform EdX beschikbaar was en waar wereldwijd rond 25.000 mensen aan hebben deelgenomen, is een prototype van deze U-school infrastructuur.

Otto Scharmer en Katrin Kaufer (2013): Leiden vanuit de toekomst, Zeist: Uitgeverij Christofoor.

Oorspronkelijke titel: Leading from the Emerging Future. From Ego-System To Eco-System Economies. San Francisco: Berrett-Koehler.

Meer lezen: https://www.presencing.com

U-Lab – leading from the emerging future – online training

Share this with your friends