A Systems Learning Platform

Door Lisette van der Wel.

Zijn stevige gestalte en door weer en wind gegroefde gelaat verraden een leven van werken in de aarde. Zijn bedachtzaam gekozen woorden tonen een man die nadenkt over wat hij ziet en ervaart. Hovenier Rob van der Steen (1955) is een mens met een verhaal. Op een zomerse middag spreek ik hem in zijn appartement in de Bilt over levenslessen van de natuur.

De weg van het hart
‘Mijn liefde voor de natuur is ontstaan doordat ik als kind zag hoe mijn vader, die last had van ernstige depressies, altijd opknapte van een vakantie in de natuur. ‘Daar moet toch wel iets groots aan de hand zijn’, ging het door me heen. Als stadskind was ik weinig gewend qua natuur, maar in die vakanties gebeurde er wat. Niet alleen met mijn vader, maar ook met mij. Bij ons thuis was het zwaar en naar, in de natuur ervoer ik vrede en rust. Daar kon ik ademhalen, letterlijk en figuurlijk.

Omdat ik werd uitgeloot voor de opleiding tot boswachter, werd het de tuinbouwschool. Na wat eerste werkervaringen bij een tuinarchitect en in het landschapsbeheer, besloot ik op een gegeven moment om mijn hart te volgen en een eigen bedrijf te beginnen als milieuvriendelijk hovenier. Dat doe ik nu 27 jaar.’

Tijd
‘De complexiteit in de natuur boeit me mateloos. Van alle samenhangen tussen de planten- en dierenwereld, de weersomstandigheden en grondsoorten, leer ik niet alleen veel voor mijn beroep, maar ook voor hoe ik als mens met dingen kan omgaan. Het meest van al ervaar ik dat met de factor tijd. Als ik planten inzaai in een omgewoelde bodem, komt dat zaad pas op als de bodem tot rust gekomen is. Zaad ontkiemt als de omstandigheden precies goed zijn, en niet eerder. Zo zeg ik ook vaak tegen mezelf, ‘neem de tijd, neem de tijd!’ Ook innerlijke processen hebben de tijd nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Je kunt niet in één keer omschakelen naar iets nieuws. Oude patronen afbouwen en nieuw gedrag inoefenen vraagt tijd. Dat is een natuurlijk proces.

In de huidige maatschappij gaan we krampachtig om met de factor tijd. Alles moet snel, maar alle processen kosten, nee vrágen tijd. Het gaat erom of je je daaraan durft over te geven, of alles onder controle wilt houden vanuit het hoofd. Uit ervaring weet ik hoe verleidelijk het is om toe te geven aan de drang om dingen snel te willen, maar vaak loop ik dan toch later ergens vast. Door te aanvaarden dat dingen tijd vragen, ontstaat er ook meer rust in. Je hèbt die tijd, zoals alles in de natuur. Wij zijn ook gewoon natuur, zijn onderdeel van de natuur. Toen een hernia mij dwong om anders te gaan werken, heb ik daar veel persoonlijke strijd over gehad. Aanvankelijk gaf ik mezelf vaak op de kop dat het niet meer ging zoals ik wilde. Door het de tijd te geven, kon ik het gaan aanvaarden en mijn rust hervinden.’

Trage vragen
‘Het is belangrijk om vragen te laten rijpen. Wanneer ik vastloop in het maken van een tuinontwerp, leg ik de tekening even opzij en stel ik mezelf de vraag ‘wat heb ik hiervoor nodig?’ Tijdens het werk aan andere dingen komt die innerlijke vraag dan vaak weer boven en gaat het in me borrelen. Vroeger, toen ik dit proces nog niet zo kende, ging mijn werk vaak met pijn en moeite gepaard. Nu herken ik steeds sneller wanneer ik even de tijd mag nemen. Het is als een soep waarvan de smaken moeten huwen. Zo ontstaan er producten waarvan ik echt blij word. Ik heb nu soms zelfs het liefste dat een vraag niet onmiddellijk wordt beantwoord. Omdat ik weet dat er dan iets gaat ontstaan wat fundamenteel klopt, op veel vlakken. En niet op één puntje.

Vertragen gaat in tegen de geest van deze tijd waarin alles snel moet. Ik zeg bij mijn tuinontwerpen altijd ‘geef me de tijd, het antwoord komt’. In het begin dacht ik ‘dat kun je niet maken, mensen vragen van jou een deskundige blik.’ Maar de deskundigheid bestaat er ook uit dat je zegt ‘ik weet het nu nog niet, maar ik vertrouw erop dat er een antwoord komt’. Steeds weer ervaar ik dat als je dit eerlijk vanuit het hart zegt, het voor mensen veel aanvaardbaarder is dan je denkt. Daar komen vaak mooie dingen uit voort. Toen een boom weg moest omdat hij op de erfgrens stond en de opdrachtgever er een schutting wilde, kwam er dankzij wat rijpingstijd een mooi plan uit, waarin de schutting de vorm van de boom volgde en de boom deze zelfs steunde. Ook de buren waren er erg blij mee. Dat is heel wat anders dan dat ik de boom ga omzagen tegen mijn gevoel in. Van dit soort oplossingen kan ik heel erg gelukkig worden.’

Onbevangen waarnemen
‘Mijn werk staat of valt met het vermogen om goed te kunnen waarnemen. Als ik een nieuwe tuin zie, ga ik er eerst rondlopen. Ik neem dan niet alleen de maten op, maar ik voel ook. Ik kijk wat er staat, hoe het er bij staat en wat ik gewaar word. Het is linker- en rechterhersenhelft samen. Als ik een struik of boom ga snoeien, zoek ik er eerst contact mee. ‘Hoe zie je eruit? Wat is er aan de hand?’ Ik loop er omheen, neem wat afstand, ga op zoek naar de boomvorm. De ene boomsoort groeit gracieus naar boven en zakt dan naar beneden, een ander groeit stijf omhoog. Een fruitboom moet licht en lucht in de vorm hebben. Ik ben alsmaar aan het kijken, van verschillende kanten. ‘Dat is een geweldige tak. Hoe kan ik die goed uit laten komen?’ Gaandeweg komt de vorm die eigen is aan die boom weer helemaal tot uiting.’

‘Eenzelfde wijze van steeds weer waarnemen en meebewegen ervaar ik ook in het contact met opdrachtgevers. Er is een voortdurend heen en weer gaan tussen wat in mij opkomt en wat mijn klanten willen – een mix van beïnvloeden en meebewegen. In gesprekken geef ik ook de ander de rust, tijd en ruimte. Meestal willen mensen dingen vanuit hun hart. Dat wil ik honoreren. Wensen die schuren met het ontwerp laat ik soms even schuren. Dan wordt wel helder of ze werkelijk uitgevoerd willen worden. De kunst is om daarbij mijn eigen grenzen goed in de gaten te houden. Als ik het contact kwijtraak met mijn essentiële waarden door te ver mee te gaan met de wensen van de ander, stap ik eruit. Maar dat komt zelden meer voor, omdat ik door mijn focus op milieuvriendelijk tuinieren steeds meer de juiste mensen aantrek. Niet meer van ‘wil je even spuiten?’, maar mensen met een oprecht verlangen naar een meer natuurlijk leven.’

‘Het belangrijkste wat ik zelf moet doen is er voor zorgen dat ik mijn krachten vers houd. Dat vraagt een balans tussen actief zijn en tijd voor verwerking. Ik neem er daarom dagelijks even tijd voor om de dag rustig te beginnen en af te ronden. Bijvoorbeeld door even het bos in te gaan of in mijn dagboek te schrijven. Daarin kan alles aan de orde komen wat van belang is voor dat moment.’


Complex samenspel
‘Wat me het meest van al raakt in de natuur is het totale samenspel tussen de seizoenen, de zon, schaduw, vocht, grond, planten, dieren en mensen. Het is één groot gigantisch samenspel. Als één factor verandert, verandert er van alles mee. De weerbaarheid van de natuur is daarin erg groot, maar ook kwetsbaar. Ik zie dat bijvoorbeeld bij de grote rode beuk voor mijn huis. Wat een kracht zit er in die boom om die grote zijtakken aan het eind nog net iets omhoog te laten gaan om meer zonlicht te vangen. En dat zo’n honderd jaar vol te houden! Maar tegelijk is zo’n machtige boom ook kwetsbaar, een flinke storm kan die grote takken zomaar doen breken. Ik leer ervan dat ik niet over mijn eigen kwetsbaarheid moet heenstappen. Want dan ga ik praatjes zitten verkondigen en ben ik niet werkelijk meer verbonden met mezelf.

Dat schijnbaar paradoxale zie ik ook in het beheer van weidebloemen. Het is juist door te verschralen, door de voeding eraf te halen, dat je meer soortenrijkdom krijgt. Onze hersenen willen dat snappen, maar kunnen er niet bij. We zijn als mens zo gewend om te willen beheersen. Een paar jaar geleden begreep ik er niets van waarom een winterbloeiende bloesemboom in december niets deed. Maar toen kwam er in januari een enorme vorstperiode. Die plant moet daar op een of andere manier al weet van hebben had. Een andere keer zag ik jonge eiken veel te vroeg hun blad verliezen en dacht dat dat hun einde was. ‘Nee, Rob’, zei ik later, ‘ze zijn verstandiger dan wij. Ze gooien vanwege de droogte hun blad eraf zodat ze minder verdampen. Ze gaan volgend jaar wel weer uitlopen.’ De natuur heeft een ingebouwde weerbaarheid en wijsheid die veel groter is dan we denken. Als we daarin te veel ingrijpen, bijvoorbeeld door bemesting of water geven, verzwak je het systeem vaak meer dan dat je het versterkt.

Ook in het sociale domein is mijn ervaring dat je de kracht van het geheel moet zien te benutten. Wanneer het bewonersgroepen lukt om het samen te rooien, krijgen ze dingen voor elkaar – gezamenlijk groen of andere buurtvoorzieningen – die anders onmogelijk waren geweest. Als je alleen maar druk bent met je eigen positie, wordt dat heel lastig. De natuur wijst de weg door voortdurend, in onderling samenspel, condities te creëren voor optimale ontwikkeling en diversiteit. Dat plantje komt nu op omdat het dit jaar een warme zomer is. Als het vochtiger was geweest, was er weer een ander geweest. Ieder heeft z’n eigen tijd en functie in het grotere geheel.’

Zorg voor het geheel
‘Zowel in de natuur als in het sociale en politieke leven zie ik allerlei ontwikkelingen in golfbewegingen gaan. Een tijdlang was participatie erg in, maar nu is heel moeilijk om voldoende mensen bijeen te krijgen. Tegelijk zie ik, door die neergaande lijn heen, lokaal ook zoveel mooie groene en sociale dingen gebeuren: biologische winkels, moestuinen, stadsboerderijen, etc. Dat zegt iets over waar de harten van mensen naar uitgaan. Als ik op een klein stadspleintje zie hoeveel mensen daar, al 10-15 jaar, enthousiast komen helpen bij het onderhoud – dat vind ik hartverwarmend. Ze doen dat niet puur voor het onderhoud, maar vanuit de behoefte om elkaar te ontmoeten, om zorg te hebben voor elkaar en hun buurt. Dat is rechttoe rechtaan vanuit het hart. Naast mijn technische deskundigheid is dat het enige wat ik kan doen: me blijven richten op het hart.

Vanuit die hoedanigheid zet ik me ook in voor de Wilde Weelde, een organisatie van milieuvriendelijke hoveniers. We proberen een tegenbeweging te vormen tegenover ontwikkelingen die de ecologische weerbaarheid ondermijnen. We pleiten voor een overheid die eens durft te zeggen dat we voor het leven gaan in plaats van alleen maar de economie. Door goed voor het leven te zorgen ben je in feite beter economisch bezig dan nu het geval is.’


Goddelijke krachten
‘Op sommige momenten kan ik in de natuur ook iets ervaren van wat ik goddelijke krachten noem. Ik weet niet of het door mijn rooms-katholieke achtergrond komt, maar religieuze krachten zijn voor mij wel degelijk aanwezig. Ik liep eens helemaal vast in het ontwikkelingsproces van een ecologische buurttuin in Rotterdam. Afspraken met de gemeente, bewonersvereniging en woningcorporatie werden herhaaldelijk niet nagekomen. Ik kon niet verder met mijn werk, terwijl de bewoners er wel op zaten te wachten. Ten einde raad nam ik toen even afstand door de natuur in te gaan. Er kwam een groep ganzen aangezwommen, die me hele route heeft gevolgd. Gevoelsmatig kwam ik toen weer ergens terug, ik voelde weer contact met de schoonheid van de natuur – in haar volle vorm, met de aanwezigheid van een echte goddelijke kracht in alle planten en dieren. De situatie was niet veranderd, maar ik kon weer door. Een andere keer dat ik me niet lekker voelde, ging ik buiten op een bankje zitten en zie ik vijf jonge bosuiltjes dansen boven het veld. Een prachtig tafereel kreeg ik voorgeschoteld! Temidden van alle onrust voelde ik me weer gelukkig. Ook met mensen kan ik dit zo ervaren. Laatst betrapte ik mezelf op een zwart-wit gedachte over een lokale politicus en toen bleek die persoon heel vriendelijk en behulpzaam te zijn. ‘Blijf gewoon in contact met de mens achter de functie, Rob’, zeg ik dan tegen mezelf. Dat is het belangrijkste.’

‘Steeds weer, ook bij verdrietige gebeurtenissen in mijn persoonlijke leven, ervaar ik in de natuur iets van een bijzondere, troostrijke kracht die me de moed geeft om door te gaan. Iets als een warme omarming, een welkom zonder oordeel, waarin alles wat gebeurt een plaats heeft. Deze kracht heeft voor mij van doen met dat er een samenhang is tussen alles wat plaats heeft. Dat je je ontvangen voelt, wie je ook bent, waar je ook zit, in je wanhoop en kwetsbaarheid. Dat je je getroost weet dat je nu in deze situatie zit, maar dat je over een jaar weer ergens anders zult zijn in het proces dat leven heet. Ik vind het prachtig en motiverend om heel veel processen te zien in de natuur die verband houden met je geestelijke ontwikkeling. Hoe doet die natuur het eigenlijk, kwetsbaarheid opvangen? ‘Ik ben zoals ik ben’, zegt de boom. Dat dit soort beelden in me opkomen, ervaar ik als een goddelijke kracht die binnenkomt, waardoor ik de situatie kan aanvaarden zoals het is. God staat voor mij voor alles wat goede bedoelingen heeft, wat vanuit het hart ontwikkeld is.’

Dit is deel vier van een serie blogs over doeners en denkers die op authentieke wijze bijdragen aan het herstel van verbinding – met de natuur, zichzelf, de ander en een diepere bron.

Met permissie overgenomen van http://lisettevanderwel.nl/ 

Share this with your friends

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *